woensdag

Gestolen huis

Schrik maakt me wakker. Ik kijk en zie mijn rolluik nog altijd op dezelfde hoogte hangen. Niet volledig dicht en het raam open zodat mijn nachtelijke hitte kan worden afgekoeld. 's Nachts durf ik wel eens te zweten. Dus wat heb ik nu? Schrik. Angst. De voorbije jaren werd ik steeds vrolijk wakker. Vandaag met een enorme schrik. Die blik in de ogen.
Laten we beginnen bij de start. Ik val in slaap tegen half één na een gezellige avond. Eerste echte yogales die deugd deed. Het nieuws horen dat ik een jaar lang een elektronische drum bij mag installeren. Een drum met dubbele pedaal. Death metal. In ruil moet ik wel iemand dierbaar een jaar missen. Compensatie. Overdag nog wat moeten rondlopen achter een nieuwe ID, rijbewijs, bankkaart en nog wat rommel omdat mijn portefeuille de dag ervoor was gestolen. Of verloren maar ik verlies zoiets niet en ik wist nog waar hij lag.
Ik val in slaap. Ik slaap. Geen probleem. Ik word wakker en herinner het volgende. Samen met een onbekende kerel woon ik in een huis. Het toeval wil ik dat ook net een nieuwe huisgenoot heb. Dus woon ik ook met een onbekende in huis. Die onbekende kerel in mijn huis in mijn droom is maffia. Onze kamers waren bouwvallig maar gezellig. We hebben ook een repetitiekot met een drum met een dubbele baspedaal. De onbekende jongen leek op een kennis. Leek. Deze jonge kerel had een scherp afgetekend gezicht, diep indringende ogen. Meer wist ik toen niet. Ik wist dat hij moest verdwijnen en dat ik die dag niet aanwezig kon zijn. Dus zet ik maar een tafel voor het raam waardoor het moeilijker zou kunnen verdwijnen. Hoe je met een tafel voor het raam minder rap verdwijnt weet ik niet. Wat ik wel weet is dat toen er ingebroken was bij mij de dief die ik op heterdaad heb betrapt op een tuintafel is gesprongen. De droomkerel verdwijnt en verdween met ook mijn spullen. Ik vond mijn kamer terug in een complete chaos met mijn gitaren nog in de zak maar wel kapotgeslagen. De moeite niet gedaan om ze uit te zak te halen. Hoewel ze nooit in de zak steken, de gitaren. Dus wel kapot. Ik ook kapot.
Dan komen mijn goeie maten langs. Wie weet ik niet. Ik zit neer in de gang en ik kijk naar buiten door het raam. Wie zit daar neer. Die onbekende jongen die op een kennis lijkt is toch geen kennis. Hij heeft een blonde kuif en indringende ogen. Agressief. Heel mager. Ge weet wel, die kerels waar ge direct schrik van krijgt. Hij blijft kijken naar me. Ik blijf ook kijken naar hem. We laten hem binnen en dan word ik wakker.

Zelden gezien. 

Geen opmerkingen: