zaterdag

tien minuten wandelen

Glorieuze hoogtepunten wandelen samen, houden elkaar stevig vast.
Een hand houdt vast wat we willen verliezen. Door even van de weg te gaan :
opletten werd een gewoonte, een mooie, doch gevaarlijke. Elk hart werd dubbel gegeven, tot het einde dat nooit leek te komen. Het gemis van andere geluiden werd weg gezongen met een half gevuld hart, nog vol van de glorie en vergane, toen nog nieuwe, herinneringen. Het laatste hart geeft niet op, vliegt samen, een weg brekend door de wolken zonder een spoor van vernieling. Wandel door tot het eind van de steiger. Ga niet verder. Kijk en wacht, de zon gaat onder. Hou mijn hand vast. Weet dat ik er ben. Dat we er zijn, altijd hier op de steiger. Mos en gras groeien door de stenen. Nog voor de zomer staan er bloemen. Let op, we mogen ze niet plat wandelen. We wandelen samen terug naar het begin van de steiger. Luister naar het lied waaiend door de wolken. Onze ogen prikken van het zout in de tranen. Wind en verdriet gaan hand in hand.
En wanneer de eeuwigheid gaapt, rekt mijn schreeuw zich verder uit dan mijn oog kan kijken over die beregende en druilerige velden, net wanneer de ochtendzon verdrongen is door die eeuwige regen. Net wanneer ik mijn fiets ter hand wou nemen om een tochtje door de lucht te maken. Lucas wist het ook. Hij predikte op dat prachtig groen grasveldje voor de oren die wisten wat ze wilden horen. En wanneer de zon vandaag nog eens schijnt, weten we of we goed hebben geslapen. Ondertussen druppen de monden verder naar verdriet, de druppels zwoegen om ons uit het schitterend bed te krijgen. We blijven maar geloven. En de eeuwigheid gaapt en slaapt. Net zoals ons bakkes.

Geen opmerkingen: